1. Korte pauze-oefening (2 minuten)
Doel: even rust in je lichaam voelen.
Zo doe je het:
- Ga zitten of staan.
- Adem drie keer rustig in en uit.
- Voel je schouders, armen, buik en benen.
- Vraag jezelf: Hoe gaat het nu met mij?
Tip: doe dit bij het opstaan, tijdens het koffiezetten of tussen taken door.
2. Hulp-vraag-oefening
Doel: makkelijker hulp vragen.
Zo doe je het:
- Schrijf één taak op die je graag wilt delen (bijv. “boodschappen”, “een middag oppassen”).
- Bedenk wie jou kan helpen.
- Oefen de zin:
“Kun jij dit voor me doen? Dan kan ik even uitrusten.” - Stuur het bericht of bel de persoon.
Tip: kleine hulp is ook hulp!
3. Mijn-momentje-plan
Doel: tijd voor jezelf vastleggen.
Zo doe je het:
- Kies één activiteit waar jij rust van krijgt.
- Plan het in je agenda voor deze week.
- Hou je eraan, alsof het een doktersafspraak is.
Voorbeelden: wandelen, muziek luisteren, warm bad, even zitten.
4. Aandacht bij één taak
Doel: meer rust in drukke momenten.
Zo doe je het:
- Kies één simpele taak van vandaag (bijv. tandenpoetsen, afwassen, iemand eten geven).
- Doe die taak langzaam en met aandacht.
- Let op wat je ziet, hoort en voelt.
Voorbeeld: tijdens het afwassen voel je het warme water en hoor je het stromende geluid.
5. Vriendelijke woorden voor jezelf
Doel: minder streng zijn voor jezelf.
Zo doe je het:
- Denk aan iets dat vandaag moeilijk was.
- Zeg tegen jezelf:
“Ik doe mijn best. Het is oké dat niet alles lukt.” - Adem rustig in en uit.
Tip: schrijf een zin op een kaartje en leg het ergens zichtbaar neer.