1. Check-in met jezelf
Ga 5 minuten zitten op een rustige plek.
Beantwoord voor jezelf (hardop of op papier):
- Hoe gaat het vandaag met mij?
- Waar voel ik spanning in mijn lijf?
- Waar ben ik moe van?
Doe dit 3 dagen achter elkaar en kijk of je iets opvalt.
2. Energielijst maken
Maak twee lijstjes:
- Dit geeft mij energie (bijv. wandelen, muziek, even alleen zijn).
- Dit kost mij veel energie (bijv. administratie, tillen, discussies).
Kies daarna één ding dat je deze week minder gaat doen, en één ding dat je extra aandacht geeft.
3. Één ding minder
Vraag jezelf elke ochtend:
“Wat is vandaag één ding dat ik níet ga doen, om beter voor mezelf te zorgen?”
Schrijf het kort op (bijv. “vanavond niet strijken maar rusten”).
Kijk ’s avonds: is het gelukt? Hoe voelde dat?
4. Oefenen met één zin
Kies een eenvoudige zin die bij jou past, zoals:
- “Ik wil blijven helpen, maar ik heb ook rust nodig.”
- “Ik merk dat het me nu te veel wordt.”
Oefen deze zin hardop voor de spiegel.
Zeg hem daarna een keer tegen iemand die je vertrouwt.
5. Plan een echt gesprek
Plan een rustig moment met de persoon voor wie je zorgt of een naaste.
Vertel in drie stappen:
- Feit: “Ik merk dat ik de laatste tijd erg moe ben.”
- Gevoel: “Dat maakt me gespannen/onrustig.”
- Wens: “Ik heb nodig dat… (bijv. ik één avond per week vrij ben).”
Schrijf van tevoren op wat je ongeveer wilt zeggen.
6. Maak een sociale hulpkaart
Maak een sociale hulpkaart met drie kolommen:
- Wie ken ik? (familie, buren, vrienden, vrijwilligers, professional)
- Wat zouden zij kunnen doen?
(bijvoorbeeld boodschappen, een uurtje oppassen, meegaan naar een afspraak) - Wanneer ga ik ze vragen?
Kies daarna één persoon en stel één concrete hulpvraag.
7. Stuur een kleine hulpvraag
Stuur vandaag een appje of mail zoals:
“Hoi, ik merk dat de zorg soms veel is. Zou jij mij één keer per week kunnen helpen met … (bijv. koken, een uurtje bij mijn zus/ouder/kind zitten)?”
Begin klein. Eén keer hulp vragen is al een grote stap.
8. Doe een wekelijkse grens-check
Kies één vast moment per week (bijv. zondagavond) en stel jezelf:
- Waar ben ik over mijn grens gegaan deze week?
- Wat heb ik goed gedaan om voor mezelf te zorgen?
- Wat wil ik volgende week anders doen?
Schrijf 1 punt op dat je gaat aanpassen.
9. Doe een dagelijkse mildheid-oefening
Schrijf een korte zin voor jezelf, zoals:
- “Ik doe mijn best, en dat is genoeg.”
- “Grenzen leren gaat stap voor stap.”
Lees deze zin elke dag één keer hardop.
Merk op wat het met je doet als je iets lieverd tegen jezelf praat.
10. Doe iets leuks voor jezelf!